Kritiek op gebruik conclusie onderzoek Van Wijhe

Inleiding

Binnen het vaccinatiedebat is de mate waarin vaccinatieprogramma’s in Nederland hebben bijgedragen aan het reduceren van de sterfte onder kinderen en jongvolwassenen een belangrijk item. Maarten van Wijhe gaat daarop in met zijn promotieonderzoek “The public health impact of vaccination programs in the Netherlands” uit 2018.

In de Nederlandse conclusie staat dat “tussen de 6 en 12 duizend sterfgevallen zijn voorkomen dankzij vaccinatieprogramma’s”. Door de overheid en de media wordt zonder enige nuance regelmatig verwezen naar deze conclusie. Soms om op de effectiviteit van de vaccinatieprogramma’s te wijzen en soms om aan te geven wat de risico’s zijn van bijvoorbeeld het niet inenten tegen mazelen.

Het gebruik van deze geciteerde conclusie los van zijn wetenschappelijke context is echter misleidend en onjuist en brengt het genuanceerde onderzoek in diskrediet. 

Welke vaccinatieprogramma’s spelen allemaal een rol van betekenis?

Door in de samenvatting er op te wijzen dat de sterfgevallen zijn voorkomen door “vaccinatieprogramma’s” wordt gesuggereerd dat het om een breed palet gaat dat een bijdrage heeft geleverd. Kijken we naar de bijdrage van elk van de afzonderlijke programma’s dan moet dat beeld sterk worden bijgesteld.

In de laatste kolom van tabel 2.1 staat bij difterie “3[2, 4]” en bij kinkhoest (pertussis) staat “6[4, 7]”. De cijfers tussen de haken geven de onder- en bovengrens in duizenden weer. Dat betekent dat difterie en kinkhoest samen met 2×1000 en 4×1000 de ondergrens van 6000 bepalen. Deze twee vaccinatieprogramma’s bepalen met 4×1000 + 7×1000=11.000 ook bijna volledig de bovengrens. 

Table 2.1: Effect of mass vaccination programmes against childhood infectious
diseases by birth cohort, the Netherlands, 1903–1992.

De bijdrage van tetanus en polio is marginaal. De bijdrage van mazelen is minder dan marginaal. De bof (mumps) en rode hond (rubella) zijn zelfs buiten het model gehouden. Door het in zijn conclusie te hebben over vaccinatieprogramma’s verwacht je niet dat het brm-programma geen rol heeft gespeeld. Als deskundigen in de discussie over mazelenvaccinatie naar deze conclusie verwijzen dan zijn vraagtekens te zetten bij die deskundigheid.

Het zou al een stuk beter zijn geweest als Van Wijhe in zijn conclusie de twee vaccinatieprogramma’s met de grootste impact had benoemd. Dan zou er gestaan hebben dat
“tussen de 6 en 12 duizend sterfgevallen zijn voorkomen dankzij vaccinatieprogramma’s difterie en kinkhoest”.

Wat is de realiteitswaarde van de modelschatting van het aantal sterfgevallen?

In het onderzoek van Maarten van Wijhe bepaalt hij per vaccin per jaar het YLL20 (Years of Life Lost before the age of 20 per live birth). Het YLL20 geeft het aantal verloren levensjaren aan per persoon onder de 20 jaar. Dat aantal wordt weer omgerekend naar het aantal sterfgevallen.

difterie

Bij difterie is dus eerst gekeken hoe het werkelijk aantal verloren levensjaren zich ontwikkelt tussen 1903 en 1930 (de trendperiode). Dat is weergegeven als een blauwe lijn in figuur 2.5A. Dan is te berekenen (extrapolatie) waar die lijn uit moet komen in 1953, het jaar van de invoering van de massavaccinatie voor difterie en hoe die lijn verder loopt.

De periode tussen 1930 en 1945 is buiten beschouwing gelaten. In de economische recessie in de jaren dertig en aansluitend daarop in de Tweede wereldoorlog was de armoede groot en waren de levensomstandigheden slecht voor grote delen van de bevolking. De enorme toename van difterie in die periode is vanuit deze omstandigheden te verklaren. Er is echter geen reden te bedenken waarom de periode na 1945 tot 1953 is buiten beschouwing is gelaten.

Door de jaren voorafgaand aan de invoering van massavaccinatie tegen difterie (1953) buiten de trendperiode te houden klopt het misschien modelmatig beter. Maar de extrapolatie (rode gebied) sluit niet aan bij de feitelijke ontwikkeling voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie. Met als gevolg een (mogelijk forse) overschatting van het aantal sterfgevallen dat is voorkomen door de invoering van de difterie massavaccinatie.

blz 50 Supplementary Figure 2.5:
Average years of life lost before the age of 20 per live birth, the Netherlands 1903–1992.
Alleen de onderdelen   A) difterie en   B) kinkhoest (pertussis) zijn hier weergegeven

kinkhoest

Hetzelfde zien we bij kinkhoest. Daar loopt de trendperiode van 1903 tot 1946. De jaren daarna tot de invoering van de massavaccinatie van kinkhoest (1954) laten een sterke daling laten zien van het werkelijke aantal verloren levensjaren. En juist die jaren spelen geen rol in het model.

De rode lijn geeft de schatting aan van het aantal verloren levensjaren als er niet zou zijn gevaccineerd. Die rode lijn begint in 1954 op het moment dat de massavaccinatie wordt ingevoerd. In het onderzoek wordt niet aangegeven waarom de sterk dalende trend van het aantal sterfgevallen niet zou doorzetten in het jaar 1954 waarop de massavaccinatie is ingevoerd.

De modelschatting ligt ver boven de realiteit van dat moment. Het is dus goed mogelijk dat de bijdrage van de vaccinatieprogramma’s aan het voorkomen van het aantal slachtoffers ook heel marginaal geweest kan zijn. Waarom het doorrekenen van deze belangrijke variant geen onderdeel heeft uitgemaakt van het onderzoek wordt niet duidelijk gemaakt.

Waarom doet de conclusie geen recht aan het onderzoek?

De modelschatting van Maarten van Wijhe is omgeven door voorwaarden en leidt binnen die voorwaarden en het gekozen model tot een schatting. Het is slordig dat de term “schatting” niet in zijn eindconclusie voorkomt. Binnen de wetenschappelijke context van zijn promotie onderzoek klopt het en is het logisch dat het om een schatting gaat. Wordt deze conclusie uit zijn wetenschappelijke context gehaald en gepubliceerd dan gaat het ineens om werkelijke aantallen en dat is niet juist.

De conclusie dat “tussen de 6 en 12 duizend sterfgevallen zijn voorkomen dankzij vaccinatieprogramma’s” had moeten luiden :

“ uit de modelschatting komt naar voren dat tussen de 6 en 11 duizend sterfgevallen nu misschien zijn voorkomen door de vaccinatieprogramma’s difterie en kinkhoest. Als bij de schatting was uitgegaan van de 5 jaar direct voor de invoering van de massavaccinatie dan zou de schatting naar verwachting duizenden gevallen lager kunnen uitpakken”.

Het is interessant om die laatste optie een keer door te laten rekenen.

Het verweer dat de huidige modelschatting de “best fit” geeft, maakt alleen maar duidelijk dat deze wetenschappelijke ‘state of the art’ modelschatting zeker wetenschappelijke waarde heeft. Maar in de vaccinatiediscussie gaat het ook om realiteitswaarde. Met de uitsluiting van de periode voor de invoering van de massavaccinatie is die realiteitswaarde onvoldoende aanwezig

Tot Slot

Het ongenuanceerde gebruik van de conclusie brengt het onderzoek en de wetenschap in diskrediet. Het onderzoek zelf is genuanceerder dan de conclusie. Dat is spijtig en de onderzoeker aan te rekenen.

Partijen (de overheid en gevestigde media voorop) die een voorkeur hebben voor het delen van evenwichtige en transparante informatie naar de burger toe zouden deze conclusie uit de Nederlandse samenvatting alleen moeten gebruiken in het vaccinatiedebat met alle hier genoemde kanttekeningen.

Blijft men de weinig genuanceerde conclusie bewust zonder kanttekening tot waarheid verheffen dan kan dat worden afgedaan als schaamteloze manipulatie. Het lijkt er overigens op dat alle hieronder genoemde dagbladen te goeder trouw het persbericht hebben gebruikt als uitgangspunt voor de berichtgeving. 

Voorbeelden in de media van het gebruik van de ongenuanceerde conclusie

RIVM: Historisch onderzoek  9 februari 2016
RIVM: Bij twijfel over vaccineren (wijzigingsdatum 21-05-2019)
NRC:  25 november 2016
Dagblad van het Noorden : 22 augustus 2018
Volkskrant: 27 augustus 2018
Volkskrant: 25 oktober 2018
Trouw: 10 april 2019
RUG: 22 augustus 2018

RIVM : Historisch onderzoek naar afname van sterfte door vaccinatie.
(9 februari 2016) – link naar artikel
Citaat:

”Zijn conclusie is dat het Rijksvaccinatieprogramma een grote rol heeft gespeeld in het reduceren van kindersterfte. Sinds 1953 zijn naar schatting tussen de 6.000 en 12.000 sterfgevallen van kinderen van 0 tot 20 jaar oud voorkomen door de vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en mazelen vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma.”

Positief:

  • Hier is wel sprake van een schatting.
  • De 5 programma’s die hebben bijgedragen worden benoemd.

Verbeterpunten:

  • Dat 2 van de 5 vaccins de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in de 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
  • De rol van het Rijksvaccinatieprogramma wordt niet genuanceerd.

Bij twijfel over vaccineren: Vaccineren ja of nee

(Wijzigingsdatum 21-05-2019) 
(update 29-06-2019) Naar aanleiding van mijn mail van 31-05-2019 aan het RIVM is op 17-06-2019 de tekst “naar schatting” toegevoegd”.  link naar website.

Citaat:

…” Uit onderzoek blijkt dat door vaccinaties tussen 1953 en 1992, naar schatting 6.000 tot 12.000 sterfgevallen zijn voorkomen in Nederland..” 

Positief:

  • Er is nu sprake van een schatting

Verbeterpunten:

  • Dat difterie en kinkhoest de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in de 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
  • De rol van het Rijksvaccinatieprogramma wordt niet genuanceerd.

 

NRC:  Vaccineren redt elk jaar het leven van 36 kinderen
(25 november 2016) link naar artikel 
Citaat: 

…”Van Wijhe en Wallinga berekenden eerder dat van de kinderen die tussen 1952 en 1992 geboren werden er 9.000 hun leven te danken hebben aan vaccinaties. Vanaf 1953 zijn geleidelijk de vaccinaties tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, mazelen, rodehond en de bof ingevoerd.” 

Positief:

  • De 7 programma’s die hebben bijgedragen worden benoemd.

Verbeterpunten:

  • Er staat niet dat het om een schatting gaat.
  • Dat difterie en kinkhoest de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.

Dagblad van het Noorden: Onderzoek RUG: dankzij vaccinaties duizenden sterfgevallen voorkomen

(22 augustus 2018) link naar artikel Mannus van der Laan
C
itaat:

…”Dankzij Rijksvaccinatieprogramma’s zijn tussen de 6000 en 12000 sterfgevallen voorkomen onder mensen die zijn geboren tussen 1953 en 1992.”…

…”Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Maarten van Wijhe aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hierin heeft hij zich gericht op naoorlogse vaccinaties voor difterie, kinkhoest, tetanus, polio, mazelen, bof en rodehond.”…

Positief:

  • De 7 programma’s die hebben bijgedragen worden benoemd.

Verbeterpunten:

  • Er staat niet dat het om een schatting gaat.
  • Dat 2 van de 7 vaccins de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
  • De rol van de Rijksvaccinatieprogramma’s wordt niet genuanceerd.

Volkskrant: Duizenden levens gered door vaccinaties
(27 augustus 2018) link naar artikel Tonie Mudde
Citaat:

…”Alleen al in Nederland zijn tussen de 6.000 en 12.000 sterfgevallen voorkomen dankzij het invoeren van het rijksvaccinatieprogramma. Dit blijkt uit onderzoek van Maarten van Wijhe, die op 14 september zijn proefschrift verdedigt aan de Rijksuniversiteit Groningen.”…

Verbeterpunten:

  • Er staat niet dat het om een schatting gaat.
  • Dat difterie en kinkhoest de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
  • De rol van het Rijksvaccinatieprogramma wordt niet genuanceerd.

Volkskrant: Vijf horrorverhalen over vaccins tegen het licht – en ontkracht

(25 oktober 2018) link naar artikel Maarten Keulemans
Citaat:

…”Al met al heeft het rijksvaccinatieprogramma zo tussen de zes- en twaalfduizend levens gered tot 1993 alleen al, becijfert Van Wijhe.”…

…”Dat de sterfte soms al daalt direct voor de opkomende vaccinatiegraad, komt omdat het vaccin vaak al beperkt beschikbaar was.”…

Positief:

  • De 7 programma’s die hebben bijgedragen worden elders benoemd in het artikel.

Verbeterpunten:

  • Er staat niet dat het om een schatting gaat.
  • Dat difterie en kinkhoest de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • De rol van de Rijksvaccinatieprogramma’s wordt niet genuanceerd.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in de 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
    Wel wordt beweerd dat de daling van het aantal slachtoffers in de periode voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie het gevolg is van de reeds beperkte aanwezigheid van het vaccin.

Zo geformuleerd lijkt dit de verklaring voor de sterke daling na 1945 tot het moment van de invoering van de massavaccinatie. Research heeft opgeleverd dat de beperkte aanwezigheid van het vaccin slechts een gering effect kan hebben gehad heel kort voor de invoering van de massavaccinatie.

Op 5 november 1951 bericht de Volkskrant dat de gemeente Purmerend de eerste gemeente is waar de bewoners  de gelegenheid krijgen om zich tegen kinkhoest en difterie te laten inenten. Massavaccinatie voor difterie wordt in 1953 ingevoerd. Bij difterie kan de beperkte aanwezigheid van het vaccin dus alleen in het jaar voorafgaand aan de massavaccinatie voor enige invloed op de daling van het aantal sterfgevallen hebben gezorgd. Bij kinkhoest kan er enig effect zijn in de jaren 1952 en 1953 omdat daar de massavaccinatie in 1954 plaatsvindt. Bij de jaren na de Tweede Wereldoorlog tot 1952 speelt dat dus niet.

Trouw: Wie in Brooklyn een vaccinatie tegen mazelen weigert krijgt een forse boete

(10 april 2019) link naar artikel
Citaat:

…”Alleen al in Nederland zijn tussen de 6000 en 12.000 sterfgevallen voorkomen dankzij het invoeren van het rijksvaccinatieprogramma. Dat heeft wetenschappelijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen aangetoond.”…

Verbeterpunten:

  • Er staat niet dat het om een schatting gaat.
  • Dat difterie en kinkhoest de hoofdrol spelen in de schatting komt niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
  • De rol van de Rijksvaccinatieprogramma’s wordt niet genuanceerd.

Rijksuniversiteit Groningen (RUG): Duizenden sterfgevallen voorkomen door vaccinaties

Publicatiedatum 22-08-2018.
Link naar eerste bericht op RUG website_1
Link naar tweede bericht op RUG website_2
Update 29-07-2019: 
– Toelichting per email van de RUG waarom het woord schatting ontbreekt . 
– RUG geeft aan in de tekst toe te voegen dat het aantal sterfgevallen dat is voorkomen voornamelijk is te danken aan vaccinaties tegen Difterie en Kinkhoest.  

Beide berichten bevatten hetzelfde citaat:

In de koptekst (zonder aanpassing):
…”Van Wijhe onderzocht Rijksvaccinatieprogramma’s gericht op zeven ziektes, en concludeert dat tussen de 6.000 en 12.000 sterfgeva
llen voorkomen zijn onder kinderen en jongvolwassenen geboren tussen 1953 en 1992.”…

In het artikel (met aanpassing)
…”Van Wijhe onderzocht Rijksvaccinatieprogramma’s gericht op zeven ziektes, en concludeert dat tussen de 6.000 en 12.000 sterfgevallen voorkomen zijn onder kinderen en jongvolwassenen geboren tussen 1953 en 1992  voornamelijk dankzij vaccinaties tegen kinkhoest en difterie..”…

Positief:

  • In een Email contact op 07-05-2019 geeft de RUG toe dat het inderdaad gaat om een schatting gaat maar dat dit niet in de tekst op hun website hoeft te worden opgenomen omdat dit uit de context van de webtekst al duidelijk zou moeten zijn.  

Verbeterpunten: 

  • Dat difterie en kinkhoest de hoofdrol spelen in de schatting komt wel in de tekst maar niet in de koptekst niet terug.
  • Er is geen verwijzing naar de sterke daling van het aantal slachtoffers in 5 jaar voorafgaand aan de invoering van de massavaccinatie bij difterie en kinkhoest.
  • De rol van de Rijksvaccinatieprogramma’s wordt niet genuanceerd.

Naar Links (alle hoofdstukken) en Downloads (H2 en samenvatting)  van het onderzoek van Maarten van Wijhe