Voorstel correctie Memorie van Toelichting

Aan:      
Tweede Kamer der Staten-Generaal
t.n.v. de heer R. Raemakers (lid Tweede Kamer voor D66)           
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Datum:   2 mei 2019

Betreft:   35049 Voorstel van wet van het lid Raemakers tot wijziging van de Wet kinderopvang teneinde te bevorderen dat ouders kunnen kiezen tussen kindercentra die wel of niet kinderen toelaten die niet deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma

Geacht heer Raemakers,

In de memorie van toelichting van uw initiatiefwetsvoorstel staat in de paragraaf over de “Aanleiding voor het wetsvoorstel” het volgende:

…”Er is een groeiende groep ouders die aangemerkt kan worden als vaccinatietwijfelaars. Zij laten zich – bij gebrek aan afschrikwekkende uitbraken van besmettelijke (kinder)ziektes – te veel leiden door verhalen over bijwerkingen op sociale media. Deze zijn echter niet wetenschappelijk onderbouwd, terwijl er onweerlegbaar bewijs is dat vaccinaties veilig zijn.”…

Verhalen op sociale media spreken mij minder aan dan wetenschappelijk onderzoek. Ik ben dan ook met name geïnteresseerd op welk onweerlegbaar wetenschappelijk bewijs u baseert dat vaccinaties veilig zijn. Laat ik dit toespitsen op het bof mazelen rode hond (BMR)-vaccin. Er is een ruime empirische ervaring als het gaat om de werking van het vaccin. Het ontbreekt echter aan wetenschappelijk onderzoek als het gaat om de onderbouwing van de veiligheid van dit vaccin. Het RIVM heeft dat per email bevestigd. Ook het CBG-MEB (registratiehouder) heeft per mail bevestigd dat bij de inschrijving van het M-M-R-II vaccin in 1993 geen nader onderzoek is gedaan omdat goedkeuring eerder was verleend door de minister op advies van de Gezondheidsraad voor opname van de mazelenvaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma. Het advies van de Gezondheidsraad ging toen over de werking van het vaccin en het weinige dat destijds bekend was over de bijwerkingen. Vanaf de invoering tot nu is er geen wetenschappelijk bewijs voorhanden waaruit blijkt dat het bmr-vaccin veilig is.

Het ontbreken van het zogenaamde farmacokinetisch onderzoek is voor mij aanleiding geweest om Staatssecretaris Blokhuis hierover vragen te stellen. Mijn brief ‘reactie op Verder met vaccineren – veiligheid en vertrouwen’ d.d. 28 februari 2019 is op 8 maart aangetekend naar Staatssecretaris Blokhuis gestuurd en in afschrift aangetekend verzonden naar de Vaste kamerkommissie van VWS. Van de staatssecretaris heb ik nog geen reactie ontvangen. Van de vaste kamerkommissie van VWS heb ik op 20 maart per brief (kenmerk 2019Z4015/2019D10356) vernomen dat in een procedurevergadering is besloten mijn brief (32793-338) voor kennisgeving aan te nemen.

Ik vraag u kennis te willen nemen van de inhoud van mijn brief aan de Staatssecretaris. Daarnaast vraag ik of u de formulering in de hiervoor aangehaalde passage uit de memorie van toelichting van uw initiatiefwetsvoorstel in heroverweging wilt nemen. Het verbeterde resultaat kan door u als indiener van het initiatiefwetsvoorstel geformaliseerd worden middels een nota van verbetering.

Een afschrift van mijn brief ‘reactie op Verder met vaccineren – veiligheid en vertrouwen’ sluit ik bij. Indien u ook over de bijlagen wenst te beschikken kan ik u die per email toesturen. U kunt de brief aan Staatssecretaris Blokhuis en bijlagen ook downloaden op de website www.onderzoekvaccins.nl/downloads/ .
 
Deze brief en mijn brief aan de Staatssecretaris is als afschrift verstuurd naar:
–      Stichting Voor Werkende Ouders (SVWO);
–      Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK);
–      Branchevereniging Kinderopvang (BK);
–      De Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang (BOinK).
 
In afwachting van uw reactie verblijf ik met vriendelijke groet,

[…]

Bijlage  ‘reactie op Verder met vaccineren – veiligheid en vertrouwen’ meegezonden met deze brief.