Brief TK Cie VWS overlijdensratio bmr-vaccinatie

Dit is de webversie van de brief aan de TK Cie VWS. De N.B. bij noot 1 is geen onderdeel van de brief. 

Aan:
 Tweede Kamer der Staten-Generaal
 t.a.v. de vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport 
 Postbus 20018 
 2500 EA Den Haag

Van: […]

Datum: 17 juni 2019

Betreft: Veiligheid bmr-vaccinatie en wetsvoorstel 35049 (weigeren niet gevaccineerde kinderen op kindercentravaccinatie)

Geachte leden van de vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

De heer Raemakers lid van de Tweede Kamer voor D66 is de indiener van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet kinderopvang teneinde te bevorderen dat ouders kunnen kiezen tussen kindercentra die wel of niet kinderen toelaten die niet deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma (nr 35049).

In de memorie van toelichting van dat initiatiefwetsvoorstel staat in de paragraaf
over de “Aanleiding voor het wetsvoorstel” het volgende:

…”Er is een groeiende groep ouders die aangemerkt kan worden als vaccinatietwijfelaars. Zij laten zich – bij gebrek aan afschrikwekkende uitbraken van besmettelijke (kinder)ziektes – te veel leiden door verhalen over bijwerkingen op sociale media. Deze zijn echter niet wetenschappelijk onderbouwd, terwijl er onweerlegbaar bewijs is dat vaccinaties veilig zijn.”…

Waarop dat onweerlegbare bewijs is gebaseerd wordt niet gemeld.

Noot 1: Op 2 mei 2019 heb ik een aangetekende brief gestuurd naar de Tweede Kamer ten aanzien van  de heer Raemakers met de vraag of hij zijn bewering over de veiligheid van vaccinaties wil heroverwegen. Daarin heb ik hem ook gewezen op mijn brief van 28 februari 2019 aan de Staatssecretaris van VWS. Op mijn aangetekende brief is niet eens met een procedurele ontvangstbevestiging gereageerd.
(N.B.: Vlak na het verzenden van deze brief ontving ik een bevestiging van de heer Raemakers. Deze N.B is geen onderdeel van de brief )

Op 4 maart 2019 heb ik de CIE VWS een afschrift gestuurd van mijn brief van 28 februari 2018 aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (32793-338) .

Noot 2: Op 20 maart heeft u aangeven per brief (kenmerk: 2019Z04015/2019D10356) dat het afschrift voor kennisgeving is aangenomen. Het afschrift is terug te lezen op https://onderzoekvaccins.nl/reactie-op-verder-met-vaccineren/

Hierin staat de geanonimiseerde email van het RIVM waarin ze aangeven dat ze de veiligheid van het bmr-vaccin niet met wetenschappelijk bewijs kunnen onderbouwen. Verder onderbouw ik in die brief dat sinds de invoering van de mazelenvaccinatie in 1978 er geen onderzoek naar de veiligheid is gedaan van het mazelenvaccin en de opvolgers daarvan.

In aanvulling daarop het volgende. In 1993 komen de vaccins onder de werking van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WOG) te vallen. Merck Sharp & Dohme B.V. (de registratiehouder) doet een verzoek tot inschrijving van het MMR-II vaccin in het register bij het CBG-MEB (de registratieautoriteit) .

Noot 3: Ten overvloede meld ik dat het CBG het vaccin alleen heeft ingeschreven. Het is niet door het CBG goedgekeurd. Dat was al eerder gebeurd in 1987 door de minister bij de invoering van MMR-II voor de landelijk bof-mazelen-rode hond vaccinatie. Die goedkeuring is mede gebaseerd op een niet onderbouwd advies van de Gezondheidsraad.

Met een succesvol beroep op de WOB heb ik van het CBG-MEB de documenten ontvangen die bij de aanvraag voor de registratie door Merck Sharp & Dohme B.V. zijn meegestuurd.

Met de bewering van de heer Raemakers voor ogen, dat ook het bmr-vaccin absoluut veilig is, vond ik het schokkend om het volgende te vernemen van Merck & CO de fabrikant van het bmr-vaccin MMR-II:

Bron: deel IV Par 6.b blz. 13. van de aanvraag voor registratie van MMR-II
Expert Report on the Clinical Documentation –
6b Adverse Reactions occurring after introduction to the market
Merck Research Laboratories West Point, Pennsylvania, 19486, USA – March 26,1993

Op blz 12 en 13 van dit document uit 1993 (zie bijlage) is te lezen dat sinds de introductie van MMR-II in 1978 tot 1993 er wereldwijd 25 overlijdensgevallen bekend zijn na een bmr-vaccinatie. Anno 2019 betekent dit bij een geschat aantal van 700 mln doses , dat er nu wereldwijd zo’n 200 slachtoffers zouden zijn te betreuren ten gevolge van de bmr-vaccinatie. 

Noot 4: In de bijsluiter https://www.ema.europa.eu/documents/product-information/m-m-rvaxpro-epar-product-information_nl.pdf is sprake van 400 mln doses tussen 1978 en 2003 in paragraaf 5.1 bij het onderdeel Werkzaamheid op blz. 11. In een brief van 7 augustus 2007 van het CBG aan Sanofi Pasteur MSD is er al sprake van 500 mln doses. Het zal waarschijnlijk geen overschatting zijn als we anno 2019 stellen dat 12 jaar later de teller al boven de 700 mln doses zal staan.

Dat het overlijden na een bmr-vaccinatie is vastgesteld door de fabrikant betekent dus dat er in Nederland bij iedere bmr-vaccinatie die wordt toegediend een risico op overlijden bestaat.

Deze bevinding toont opnieuw aan dat er een onvolledig beeld is over de risico’s die met de bmr-vaccinatie samenhangen. Daarmee is de grondslag voor het wetsvoorstel van de heer Raemakers danig versmald. Wat over blijft is een wetsvoorstel dat probeert de gevolgen van het rijksvaccinatieprogramma te beperken. Immers baby’s van gevaccineerde moeders zijn niet beschermd tegen mazelen tot het moment van de bmr-vaccinatie. Baby’s van moeders die de natuurlijke mazelen hebben doorgemaakt zijn dat wel, zei het dat de laatste maanden in aanloop naar de bmr-vaccinatie die bescherming vermindert. Mijn eerste vraag aan u is of het wetsvoorstel het meest geëigende middel is voor dit probleem.

Mijn tweede vraag gaat over de stelling in de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel van de heer Raemakers dat “er onweerlegbaar bewijs is dat vaccinaties veilig zijn”.
Ik zou graag van u willen weten in welke mate deze stelling is te handhaven nu u kennis heeft genomen van de hiervoor genoemde bevindingen.

Met vriendelijke groet,
[…]

Bijlage:
Blz. 12 en 13 Clinical Documentation Merck Research Laboratories March 26, 1993

Download:
webversie brief
bijlage